Search This Blog

Loading...

Wednesday, March 23, 2016

Lost in the Aegean or the exercise of the highest form of administrative justice ...



It may seem it was very long ago but ...



In July 1934, the German jurist and political theorist Carl Schmitt, considered to have been the chief political theorist of national socialism, published in the Deutsche Juristen-Zeitung (the journal of national socialist lawyers which he was editor in chief of) an article that relates to his Political Theology and his theory of sovereignty [1] entitled "Der Führer schützt das Recht" (The Führer protects the Law), effectively justifying in it the murderous Night of the Long Knives by recognizing in Führer's sovereign authority the "highest form of administrative justice" (höchste Form administrativer Justiz). 


I was reminded of this as I was thinking how international treaties and legislation regarding refugee protection have been flouted by EU member states to the point that they are not worth the paper they have been printed on, or how our right of free movement is being curtailed by regimes of 'temporary' suspensions or exemptions, or even how our right to criticism of particular policies (Israel, wistleblowing restrictions, espionage etc) is becoming at best subject to conditionality. If one adds to the equation the current debate on stripping certain people of their citizenship it is clear that the logic of a state of exception is with us. 

A policeman pushes refugees behind a barrier at
Greece's Macedonian border, near the village of Idomeni



I would argue that we live at a moment when the Sovereign exercises their sovereignty by stepping outside of the time and space of law and imposing a state of exception taking the form of extrainstitutional -Schmitt calls it euphemistically administrative- 'justice'. There has rarely in the modern era been a time when the Rechtsstaat has been so undervalued from all sides of the political spectrum, so divested of its capacity to regulate interactions on the basis of the general applicability of a legal framework. This is a treacherous terrain that is hard to navigate, a dangerous and violent space where human rights are devoured by the black hole of political expediency, where refugees, but also citizens and residents live in a state of legal and, ultimately, existential uncertainty. It is a domain where the brutality of a biopolitics coupled with the securitization of the lifeworld renders citizens pray for those who can benefit from the state of exception. This is the type of ground where fascism and its perpetual emergency dystopia took roots in the interwar period when fatigue with the 'niceties' of the Rechtsstaat led to its eventual suspension and the descent to decades of darkness. 

And as I can see the dark clouds in the horizon I cannot but shudder ...







Notes
(1) According to Schmitt's definition, sovereign is he [sic] who decides on the state of exception: a person or institution capable of bringing about a total suspension of the law and then to use extra-legal force to normalize the situation (PT 5). Any legal order, Schmitt bluntly concludes, is based on a sovereign decision and not on a legal norm (PT 10, 12–3).


References 
Carl Schmitt, Political Theology. Four Chapters on the Concept of Sovereignty (1922), trans. by G. Schwab, Chicago: University of Chicago Press, 2005.





Thursday, January 14, 2016

Charlie Hebdo: ... s'est reparti

Charlie Hebdo has recently published a cartoon 'satirizing' the refugee crisis and recent accusations of sexual abuse in Germany, depicting Aylan Kurdi, the three-year old Syrian who died in the sea in September on the way to Europe, as a 'pig-faced' adult chasing 'white' women with the caption "What would have little Aylan grown up to be? An ass groper in Germany". 

The cartoon, drawn by Laurent Sourisseau, current director of the magazine, who was in the Charlie Hebdo offices last January when his colleagues were shot dead by terrorists.was an attempt at mocking accusations that many assailants of sexual abuse in Cologne, Germany, on New Year's Eve were refugees, including Syrians.
  
Leaving aside that the provocative style of the magazine that is supposed to promote a healthy critical attitude verges towards wanton sensationalism, it has to be stressed that the potential misreading of the cartoons was not only predictable but also likely desired as controversy of this sort would almost immediately boost sales. But there is more ... 



I was arguing this time last year in an exchange with my colleague Umut Özkırımlı in openDemocracy, the editorial team of Charlie Hebdo may have been thinking they were engaging in legitimate critique of Islam and Muslim communities but they were at best effectively decoupling their work from the social historical context in which it was produced and consumed. I was suggesting back then that Charlie Hebdo had to reflect on its humour (the tropes it utilized were devoid of any sensitivity and were wantonly borrwing racist and orientalist themes) and its repercussions in a society where the extreme Right was making considerable inroads into the public debate and the preferences of the electorate and where its Muslim populations saw in its critique (see attacks) against their religion an attack against themselves as a racialized group. 

Having said that, my comment here does in no way affect my condemnation of terrorism in the name of Islam but urgently invites reflection on the way we in the West hastily generalize (we share Charlie Hebdo's tendency to extrapolate from isolated instances) and conveniently externalize the problem of the so-called Muslim 'radicalization'.

Tuesday, December 8, 2015

A mistake that shocked the world - Facts you should know about the Islamic state



PROPUST KOJI JE UGROZIO SVIJET

Činjenice koje trebate znati o Islamskoj državi

An excellent article by Sanja Despot partly drawing upon Mike Degerald's and my lecture on the Islamic State and on a short interview with me on the implications of the Paris attacks (in Serbo-Croat).

How I Feel Right Now As A Muslim In America


Saturday, October 3, 2015

Het ‘Droste’-effect van een polderjihadist - The recursive effect of a 'polder' Jihadist

reproduced from 




English translation will follow soon


Door JOSHKA WESSELS

Met verbazing las ik in Nederlandse kranten dat bijna 200 ‘polder-jihadisten’ inmiddels  naar Syrië zijn afgereisd om er mee te vechten in een zogenaamde heilige oorlog.  Dit volgens de laatste cijfers van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

Wat bezielt deze jongens toch om zich aan te sluiten bij jihadistische groepen als Jabhat al Nusra of bij de Iraakse, Marrokaanse en Tsjetsjeense jihadi’s van de Islamitische Staat (IS), ook wel ISIS, of volgens het Arabische acroniem daarvan, Da’esh genaamd?
Ik ben zelf een Syrië-ganger, zou je kunnen zeggen; vijftien jaar geleden reisde ik als idealistische antropologisch filmmaakster af naar het toen nog voor mij onbekende land. Vijf jaar lang woonde ik in Aleppo en werkte ik er als Nederlandse ontwikkelingssamenwerker. 

Daarna kwam ik zowat elk jaar terug, tot in 2010, toen ik twee korte trips maakte; om mediatraining te geven aan jonge Syrische documentairemakers op het Nederlandse Instituut in Damascus, en om samen met Nederlandse filmmaakster Heddy Honigmann onderzoek te doen voor een mogelijke documentaire over liefde, intimiteit en de welbekende Syrische lingerie.

Samen met Heddy bracht ik twee memorabele weken door in de prachtige steden Aleppo en Damascus. Indrukwekkend, leerzaam en hartverwarmend was het allemaal, maar van die film is het uiteraard nooit gekomen. Want nog geen jaar later brak een nationale opstand uit tegen het dictatoriale regime van Bashar al-Assad.  Een opstand die al snel een grimmig karakter kreeg en uiteindelijk ontaarde in een uitputtende burgeroorlog.
Vorig jaar reisde ik in mijn eentje terug naar Syrië. Ik maakte gebruik van de grensovergang bij de Turkse stad Gaziantep die in handen is van het Vrije Syrische Leger (FSA). In het westelijke deel van de provincie Aleppo ging ik jonge Syrische videoactivisten en filmmakers van de oppositie tegen Assad interviewen. Dat was in het kader van mijn huidige postdoctorale onderzoek voor het Center for Resolution of International Conflicts (CRIC) aan de Universiteit van Kopenhagen in Denemarken. 
Dus reisde ik in de zomer van 2014 een kleine week met een oude bekende uit het stadje Daret Ezza rond in wat de ‘bevrijdde gebieden’ ten Westen van de miljoenenstad Aleppo werden genoemd. De vele checkpoints gaven aan dat het Vrije Syrische Leger (FSA) hier de scepter zwaaide, in samenwerking met de Koerden van de YPG, nadat ze samen, in 2013, eerst het regime hadden verjaagd en daarna, in 2014, de jihadisten van ISIS.
In deze gebieden zijn ook vele honderdduizenden, uit het hele land afkomstige vluchtelingen te vinden in almaar uitdijende kampen, zoals Atmeh en Qah nabij de Turkse grens. De interne vluchtelingen, veelal zonder geldig paspoort of identiteitspapieren, hebben tot aan de dag van vandaag geen structurele internationale hulp ontvangen. Ondanks de VN-resolutie 2165, die directe toegang waarborgt voor de toelevering van hulp over de grenzen, vinden organisaties als UNICEF en UNHCR het gebied waar deze kampen liggen te gevaarlijk.

Verder zijn deze organisaties eigenlijk ook bang voor represailles van het Syrische regime, dat een vies spelletje humanitaire politiek speelt en vanuit gebieden onder overheidscontrole, stelselmatig de toegang verbiedt tot deze vluchtelingkampen, waar zeer urgente hulp nodig is. In deze bevrijde gebieden voeren vliegtuigen en helikopters van Assad ook geregeld luchtaanvallen uit. Raketten en vaatbommen maken vele burgerslachtoffers, vaak kinderen. Een hartverscheurende situatie, die iedereen die dit gebied van voor 2011 goed kent diep raakt. Zinloze vernietiging is het, en niets anders.
Ik kan mij, als iemand die veel in Syrië is geweest, maar heel moeilijk verplaatsen in de beweegredenen van de Nederlandse polder jihadisten, de Syrië-gangers, die het land nooit eerder hebben bezocht en geen flauw benul hebben van de plaatselijke cultuur, de talen, de dialecten, het land zelf. Met verbazing heb ikeen YouTube interview in twee delen gezien, waarin een Nederlandse jongeman genaamd Dennis Abdelkarim Honing – een (voormalig) lid van de jihadisten-groep ”Straat Dawah” – een andere Nederlander interviewt aan de vooravond van zijn uiteindelijke vertrek naar Noord-Syrië, om mee te vechten met jihadistische milities. Zijn naam is Victor Droste, een oer-Hollandse jongen uit Heeten.

Het interview is afgenomen in 2013, vlak voordat Droste zijn in zijn eigen woorden weloverwogen reis naar Syrië ging maken. Droste, ofwel Zakariya al-Hollandi, zoals hij zich na zijn bekering tot de islam is gaan noemen, beargumenteert uitvoerig waarom hij naar Syrië gaat. Hij voelt zich betrokken bij het leed van het Syrische volk onder de wreedheden van Bashar al-Assad. ”Het is onze plicht als ware moslims om de moslims in Syrië te beschermen tegen de ongelovigen van het bewind van Assad”. Als moslims op deze manier worden vernederd, zo beargumenteert Droste, moeten zij hun jihadplicht vervullen en naar het Land van Sham (Syrië) gaan om het Kalifaat te stichten. De ware moslims zullen dan eindelijk in alle heerlijkheid onder de sharia-wetgeving kunnen leven.
Zakariya al-Hollandi  geeft af op onder meer de hypocrisie van democratische regeringsleiders, op het materialisme van het Westen, op zijn ongelovige vijanden in het algemeen, en hoopt in Syrië de ware religie te kunnen omarmen onder sharia-wetgeving. Het tegenstrijdige van zijn betoog is dat hij juist de materialistische parallel aanhaalt als reden voor zijn vertrek: ”Als je in Nederland 1000 Euro kan krijgen maar in Syrië 100.000 Euro, waarom zou ik dan hier blijven?”. Dus Victor gaat niet alleen oorlog voeren om in Gods heerlijkheid in Syrië te leven. Hij wil er ook als rijk man leven. Waar een jihad al niet goed voor is.

Nu schrik ikzelf niet echt van de term jihad. Ik weet dat het ook een doodgewone Arabische jongensnaam is en vertaald kan worden als ”worsteling”, of innerlijke strijd, ook in religieuze zin. Zo is de worsteling met het geloof in het bestaan van God of de moeite die iemand doet om niet voor wereldse verleidingen te bezwijken, ook een vorm van jihad. Er bestaan dus vele niet-gewelddadige vormen van jihad.

In de ogen van Victor Droste staat jihad echter gelijk aan de wapens oppakken tegen de ongelovigen en afvalligen die de ware moslims zouden aanvallen: en dat zijn voornamelijk de oorlogscriminelen van het Assad-regime en de alawieten. Islam gebiedt hem te voldoen aan deze opdracht, waarvan hij gelooft dat die van God komt. In zijn absolutistische beleving van de Islam en vooral zijn onwetendheid over Syrië en de Syrische samenleving, bestaat de Syrische oorlog voor Victor dus uit ‘moslims die worden aangevallen door afvalligen’ en daarom moet iedere ware moslim, zoals hij wil zijn, ten strijde trekken tegen de kafir.

Ik weet dat Jihad ook een doodgewone Arabische jongensnaam is en vertaald kan worden als ”worsteling”, of innerlijke strijd. In de ogen van Victor staat jihad echter gelijk aan de wapens oppakken

Goh, denk ik dan, ik ken toch veel Syrische moslims en weet best wel iets van de islam, maar hier klopt iets niet. Vooral het verhaal dat moslims in Syrië worden aangevallen en de zeer sektarische voorstelling van zaken van Droste; met name het idee dat soennieten allemaal deugen en Alawieten en Sji’ieten afkeurenswaardige afvalligen zijn irriteert me mateloos. Droste had zichzelf kennelijk behoorlijk geïndoctrineerd met de jihadistische wervingsvideos op YouTube, waar door middel van prachtige spirituele Arabische gezangen deze beïnvloedbare jongens worden opgeroepen om als Soldaten van God, oftewel ”JundAllah”, naar het ”Land van Shaam” te gaan en daar als martelaar te sterven.

Deze uitermate simplistische voorstelling van zaken is zeer schadelijk voor de Syrische burgers zelf. Zeker als jongens als Droste zich gaan aansluiten bij de extremistische beweging Jabhat al Nusra, die heel wat Syrische burgerslachtoffers op haar geweten heeft. Ten eerste worden niet alleen moslims in Syrië aangevallen: sterker nog, onder de prominente oppositieleden tegen Assad zitten christenen en zelfs communisten. Op de foto’s en video’s die de martelpraktijken door het regime tonen, naar buiten gesmokkeld door een Syriër met de codenaam ”Ceasar”, is te zien dat Syriërs van allerlei verschillende etnische en religieuze achtergronden slachtoffer zijn geworden van het Assad-regime. Maar er zijn ook Soennieten die aan de kant van Assad vechten, dus om de zaak in simpele sektarische termen voor te stellen, strookt niet met de Syrische werkelijkheid.

Net als Victor Droste voel ik me zeer betrokken bij het leed van de Syrische bevolking. Ik erger me ook mateloos aan de apathie en hypocrisie van onze wereldleiders en vind het hemeltergend dat de internationale gemeenschap zo weinig doet tegen de genocidale bombardementen van het Assad- regime. De Syrische bevolking krijgt het nu echt zwaar te verduren: bombardementen van het regime, bombardementen van de internationale coalitie en jihadisten die ter plaatse de dienst uitmaken, zoals Jabhat el Nusra en ISIS.
Een videoactivist uit Raqqa die ik vorig jaar in Gaziantep sprak, legde het me zo uit: ”Eerst hadden we het regime, toen vier maanden vrijheid in Raqqa, en toen kwamen de terroristen van ISIS, die meteen onze meest gerespecteerde lokale leider het hoofd afhakte op het centrale plein, als waarschuwing voor de plaatselijke bevolking.”
Vanaf dat moment nam ISIS alles over, vertelt hij; ”Ze verschillen in niets van het regime. Zelfde tactieken, ze gebruiken zelfs dezelfde gevangenissen. Nu zijn ze begonnen met luchtaanvallen in Raqqa, dus overdag hebben we de luchtaanvallen van het leger van Assad, ’s nachts de luchtaanvallen van de Amerikanen en de internationale coalitie, en op de straat IS die onze hoofden afhakt”.

Onder de brute wetgeving van de Islamitische Staat is Raqqa verre van een ”Paradijs op Aarde”. Dus Victor zou nog wel eens van een koude kermis kunnen thuiskomen. Maar volgens hem ligt daar in Noord-Syrië wel het ultieme spirituele doel voor iedere moslim, in het mythische ”Land van Shaam”. Vanaf Raqqa kunnen hij en zijn jihadisten-kornuiten uiteindelijk Jerusalem bevrijden, dat volgens hem een kleine 4000 kilometer verderop ligt. Kennelijk is de Nederlandse jihadi niet helemaal op de hoogte van de geografische afstanden in het Midden-Oosten. Erger is dat hij geen benul heeft van de complexe samenstelling van de Syrische bevolking.

Van zijn training in Syrië en zijn strijd tegen het Kwaad, met God aan zijn zijde, doet hij ook verslag op twitter. Wat me vooral opvalt is dat hij waarschijnlijk nog nooit één voet in het Midden-Oosten had gezet voordat hij naar Syrie vertrok, totaal geen benul had van en interesse in Syrië of de Syriërs, of de geschiedenis van het land,. Dat hij de plaatselijke taal niet spreekt. Het enige Arabisch dat hij kent zijn de klassieke Koran-zinnen die hij tussen zijn Nederlandse zinnen als een robot opdreunt.

Onder de brute wetgeving van de Islamitische Staat is Raqqa verre van een ”Paradijs op Aarde”. Dus Victor zou nog wel eens van een koude kermis kunnen thuiskomen.

In zijn beleving neemt hij deel aan de eschatologische eindstrijd die nodig is voor de komst van Goddelijke vrede op aarde: een kosmische oorlog. Zelf heeft Victor alias Zakariyya al-Hollandi een aantal filmpjes op YouTube gezet waarbij hij in Afghaanse kledij, vanuit een skateboard-baan ergens in Nederland, andere moslims oproept de strijd aan te gaan in het ”Land van Shaam”, waaraan in de Koran word gerefereerd als zijnde Syrië.

Droste doet me denken aan een andere jonge Westerse bekeerling die ik ooit tegenkwam tijdens mijn cursus Arabisch aan de Universiteit van Damascus, zo’n 15 jaar geleden. Een Engelsman, gekleed in de Pakistaanse losse dracht die Shawar-Kamis heet. Hij wilde mij geen hand geven en zei tegen Syriërs dat zij geen goede moslims waren omdat ze het klassiek Arabisch, het Arabisch van de Koran (Fusha), niet dagelijks met elkaar spraken. In zijn ogen waren ze daardoor kafirs, ongelovigen. Mijn Syrische vriend vroeg of hij Italianen ook zou voorhouden dat ze geen Italiaans maar Latijn moesten spreken, als ze voor echte vrome katholieken wilden doorgaan. Uitbundig gelach van de Syriërs om deze rare Engelsman.

Nu valt er nog maar weinig te lachen. Nederlandse jihadi’s in Syrië vormen een groot gevaar voor de plaatselijke bevolking ondanks hun pogingen die bevolking voor zich te winnen. Voor de meeste Syriërs zijn deze jihadisten buitenaardse wezens. In Atmeh, een vluchtelingenkamp in Syrië in de buurt van de Turkse grens bij Bab el Hawa, sprak ik vorig jaar een aantal Syrische vrouwen en hun gezinnen. Heel af en toe hadden ze buitenlandse, en ook Nederlandse, binnengesmokkelde jihadisten gezien en gesproken. Ze vonden het stuk voor stuk vreemde gasten. Een oudere vrouw vertelde me dat er ineens een jonge Westerse jongen voor de tent stond, in Afghaanse kledij. Met een rode baard, hij kon dus best Victor Droste zijn geweest. In ieder geval sprak hij volgens de oude vrouw weinig Arabisch, het was meer klassiek Arabisch. 

Hij zei dat hij een soldaat van God was, een zogenaamde ”Jundallah” en dat hij de moslims kwam beschermen. ”Waar komen die lui vandaan”, vroeg ze me, ”van de maan?” Ze begreep er niets van, wat kon zo’n jongen überhaupt uitrichten? ”Hij bleef maar doorratelen over het bevrijden van Jeruzalem en het opzetten van het kalifaat, hij was niet goed wijs.”

De soldaten van het Vrije Syrische Leger (FSA) en de Koerden wilden ook niets met deze jonge jihadistische buitenlanders te maken hebben, ze hadden hun portie Islamitische Staat wel gehad. Maandenlang hadden ze onder deze ISIS-jihadisten geleden, totdat ze samen met de Koerden van Afrin de ISIS-milities hadden overwonnen en teruggedreven tot voorbij het gebied van Al Bab, richting Raqqa. De vele checkpoints die ik tegenkwam tijdens mijn bezoek aan Afrin en Aleppo waren dus van het Vrije Syrische Leger en de Koerdische bataljons van de YPG. Ze waren er voornamelijk om ISIS en buitenlandse jihadisten buiten de deur te houden.

”Konden we eindelijk weer roken!” grapte een FSA-soldaat die mij begeleidde in het Atmeh-kamp. ”Kun je het je voorstellen? We worden gebombardeerd door onze eigen regering, leven in een staat van oorlog en die buitenlandse gasten komen ons hier vertellen dat we niet mogen roken. Een sigaret was een dag in de gevangenis, een pakje kostte je een week en wee je gebeente als je een slof bij je had, dat kon je letterlijk je kop kosten. Maar ik vraag je: hoe kun je nou een Syriër vertellen dat-ie niet mag roken?” Een retorische vraag, gevolgd door een diepe haal van zijn sigaret.

Inderdaad, de buitenlandse jihadisten in Syrië leven op een heel andere planeet dan de plaatselijke bevolking. Er zijn enorme verschillen tussen hen en de lokale Syriërs. Na het verhaal van Zakariya al-Hollandi uit Heeten te hebben gelezen en gehoord, heb ik er nu een passende naam voor: het ”Droste effect”. En waar Victor Droste denkt het paradijs in Syrië te vinden, zijn zijn Syrische leeftijdsgenoten bezig hun lijf en leden te redden en het paradijs in Europa te vinden. De bekeerde Nederlandse polder-jihadisten die er over denken om naar Syrië te gaan, doen er goed aan eerst eens met deze Syrische leeftijdsgenoten te gaan praten. Misschien komen ze er dan achter dat hun Islamitische kalifaat een gevaarlijk waandenkbeeld is.

De Nederlandse Victor Droste (links) ofwel Zakaria Al Hollandi tijdens een demonstratie, is nu jihadist in Syrië.

Tuesday, January 13, 2015

#QuiSommesNous? A Socratic dialogue on “L’Affaire Charlie Hebdo”

Appeared in openDemocracy.com on 13 January 2015
Freedoms are not unlimited but who, when and how can we limit them? Two colleagues agree to disagree. Content warning: graphic and potentially offensive imagery, including torture.


Umut – This time it was different. I could not put a finger on how I felt on the morning of January 7, as I was refreshing my Twitter feed every ten seconds, hypnotized by the cold-blooded execution of Ahmed Merabet at the scene of the massacre. I was horrified of course, and angry like everybody else, at the perpetrators, at the structural conditions that have produced them, at the way in which religion had become a cloak for what was essentially a politically motivated act of barbarism. But there was more to it. I was also numbed by disbelief, a profound sense of desperation, even defeatism.


In a way, I felt like the Knight in Ingmar Bergman’s The Seventh Seal, seeking answers to existential questions about life and death. ‘How can we have faith in those who believe when we can’t have faith in ourselves?’ the Knight was asking, while playing chess with Death who had come to claim his life. ‘What is going to happen to those of us who want to believe but aren’t able to? And what is to become of those who neither want to nor are capable of believing?’

I felt uneasy with the slogan #JeSuisCharlie as well, but I sympathized with the millions who adopted it as a sign of solidarity with the victims. I know several others refused to use this slogan even as they unequivocally condemned the atrocities.[1] What was it that bothered you about it?

Spyros – A Twitter post encapsulated some of my objections better than a thousand words. It said: ‘I am not Charlie, I am Ahmed, the dead cop. Charlie ridiculed my faith and culture and I died defending his right to do so’.

Despite claims to inclusiveness #JeSuisCharlie seemed to me from the first moment divisive and alienating. To use the Ahmed parable, because I think it serves as a parable, hundreds of thousands of people have to go through the daily ridicule, the suspicion, the scrutiny that confirms their ‘Otherness’ throughout Europe.

Charlie Hebdo, Jyllands Posten, the racist broadcasts of the late Theo van Gogh: you see, there is a tradition of systematic abuse of the values that hold European Muslim communities together that is not the progenitor of our tradition of freedom as it is enshrined in our constitutions and the ways we practice it.

They originate in Libertine and Libertarian traditions and the highly atomized views of society which, I would hazard to guess, made inroads into European Nazism before they drowned in its extreme collectivism and leadership cult. We cannot uncritically accept these traditions as representing hard-won freedoms such as the freedom of expression.

Let me bring a telling example to bear on this: on the night of the murderous attack at the Charlie Hebdo offices, the UK Channel 4 news reported from La Place de la République where thousands of people stayed up late to protest against the brutal massacre. The square was packed; banners and posters featuring #JeSuisCharlie were everywhere and, later on, the same hashtag was projected onto the statue of the Republic in the centre of the square, superimposed over the crowd that had gathered. Matthieu Ecoiffier, journalist with the French newspaper Libération, talking to Channel 4, was shocked, surprised that Charlie Hebdo could have caused offence. He mentioned the ‘innocent’ cover of the magazine issue with the title Charia Hebdo and a cartoon depicting ‘Muhammad with a red nose saying that humour and Islam are after all compatible’.


In moments like this, collective amnesia can paralyze our critical reflexes and lure us into the vortex of a false sense of superiority and self-righteousness. The journalist, like many others who addressed these television audiences, has been instrumental in cultivating a collective amnesia by leaving out some ugly details and focusing on the innocence of the humour that Charlie Hebdo professed to be serving.

I will not refer to the many caricatures of Muhammad that may have been considered offensive by Muslims but I will briefly discuss a particular instance that I found extremely revealing of the insensitivity and aggressiveness of the magazine editorial team’s satire.

In a 2012 issue of Charlie Hebdo, there is another depiction of Muhammad, on the back cover, not with a red nose this time but with a star (on/in his rectum). In it, he is depicted naked, kneeling and leaning on his elbows. His posture can be construed in many ways and I will not enter here into a detailed discussion of the possibilities of interpretation.

I will, however, point out a similarity, possibly accidental, but nevertheless quite telling. When I first saw this caricature, my mind flew to the 2003-4 photographs that came out of Abu Ghraib prison, in particular the naked brutalized bodies of Iraqi prisoners.
Abu Ghraib.Abu Ghraib. Wikimedia/Public domain.


Their nakedness had acquired a metaphoric significance: there lay the bodies of people stripped not only physically but also, and perhaps more importantly, in terms of their dignity and their rights. Some of them were forced to adopt postures similar to that of the caricature. Nakedness in these instances denoted/symbolized aporia, vulnerability.


It is hard not to see some affinity between the systematic depiction of the naked prophet (literally undressed by the caricaturists) and the piles of naked bodies tortured in Abu Ghraib, at least the possible subconscious connections. ‘The Prophet’ is naked, forced to bear all to the magazine’s giggling readers, to adopt the same posture of the ‘poor naked wretches’ of Abu Ghraib.


In the eyes of many Muslims in Europe the target of such ‘humour’ is themselves and their communities, their difference, the perceived belatedness of their cultures and values – that is what they have been divulging during our research for our book, Islam in Europe, and that is what they keep telling us.[2]

Even non-religious ‘Muslims’ perceive such instances as attempts to alienate, exclude, minoritize and racialize. They take them personally, insofar as they constitute daily referenda on the continued questioning of their status in the societies which many of these people have known as their only home. Incidentally, the treatment of the Abu Ghraib detainees has often been raised by young European Muslims as something they took as a personal affront, as something that troubled them deeply.

We cannot and should not become modern lotus-eaters, content with our assumed superiority while we condone and participate in the systematic denigration of hundreds of thousands, or millions of our fellow citizens by continuously asserting the ‘barbaric’ character of their cultures. We need to understand that our freedom of expression ends when it threatens fellow citizens with physical and cultural elimination. The murderers of last Friday are after all rightly condemned for attempting exactly this: killing both the human beings and the cultural institution, the magazine.
Salò, or the 120 Days of Sodom - Pier Paolo PasoliniSalò, or the 120 Days of Sodom - Pier Paolo Pasolini
I know, this is turning into a monologue but a final point. Upon reflection, in both Abu Ghraib photos and several of the naked Muhammad drawings Charlie Hebdo hosted in its pages, one can discern the aftertaste of Marquis de Sade’s 120 Days of Sodom and, more importantly, the sinister biopolitics of the book’s filmic rendition in Pasolini’s Salò o120 Giornate di Sodoma.

I would argue that it is this instrumentalization of the bodies of ‘the wretched’ and the desire to exercise absolute power over the body of the ‘Other’ examined by de Sade and Pasolini that we see in the European Libertine and Libertarian traditions and that have inspired Charlie Hebdo’s approach to Muhammad (as well as those of Fortyn, Van Gogh and many others’).

Although the torturers of Abu Ghraib are unlikely to have seen Pasolini’s film or read Sade, I am quite certain that Coco who drew Mohammad with a star had. And more, importantly, Coco and the other slain caricaturists of Charlie Hebdowere probably aware of the effect of repeatedly depicting a religious symbol naked, in sexualized contexts. His systematic stripping and denigration has sought to alienate France’s Muslim citizens as long as they remained reluctant to succumb to the dominant expectation to leave their cultural baggage outside of the public sphere, to be subjected to what effectively amounts to their dissection in cultural terms in order to benefit from the vague and highly conditional promise of eventual inclusion as equals.


Umut – I understand your points, and find the Abu Ghraib analogy and your allusions to Sade and Pasolini quite telling – in fact, a bit chilling. Still, I think your narrative depicts only one side of the picture, and this is what I meant when I said, at the outset, that ‘this time it is different’. This certainly has a personal aspect; I would not have taken issue with your account, say, five years ago. But today I feel that it is incomplete.

Let me try to explain. First, while it is true that your arguments make perfect sense in the context of European Muslims, i.e. where they represent an ‘emasculated’ minority, I am not sure the extent to which we can extricateL’Affaire Charlie Hebdo from the broader global context, marked by, among other things, the sensational failure of Arab revolutions, the rise of the notorious Islamic State, the European economic crisis and the concomitant rise in several countries of anti-immigrant feelings and the parties which claim to represent these grievances.

Now, I am aware that some of these developments contribute to the marginalization of European Muslims as well, hence there is no simple causality at work here. But, and this is my second point, Muslims are not a minority everywhere, and the experimentation of post-revolutionary regimes with democracy and freedom has not been terribly encouraging. Take the case of Turkey, the country I was born and raised in, which was hailed as a successful ‘model’ to the Middle East and North Africa region in the wake of the 2011 revolutions. Much ink has been spilled in the last two years to document the authoritarian tendencies of the AKP regime, so I am not going to dwell on these; in any case, this is not my main point. What I find more troubling than the regime’s vicissitudes is the reaction of a substantial number of pious Muslims in Turkey (or at least who present themselves as such) to theCharlie Hebdo killings. Hence Türkiye, a ‘relatively moderate’ Islamist newspaper, broke the news of the attack with a tweet which read ‘An attack on the magazine which insulted our Prophet’; a troll account associated with the AKP, Gizli Arşiv (@GizliArsiv), openly threatened Charlie Hebdo’s sister magazine Leman which it claimed insulted President Erdoğan, asking them to take a lesson from this attack; a columnist in the notoriously anti-semitic and unabashedly racist Yeni Akit, Ali Karahasanoğlu, wrote ‘Do not expect me to condemn the attacks in France’. Even more ‘liberal’ figures – including by the way the Turkish Foreign Minister Mevlut Çavuşoğlu – resorted to conventional clichés, e.g. ‘this is not real Islam’, ‘this is a natural result of racism and Islamophobia’, preferring to shift the blame onto ‘the West’ and their domestic ‘secular’ stooges.

My question is, and this is not only a question to you, but also to myself, ‘haven’t we gone too far’? Can’t we criticize ‘really existing’ political Islam without being branded as ‘Islamophobic’? When Anders Breivik committed the twin attacks of Oslo and Utøya, we did not ask the Norwegians to apologize on behalf of him, yes - many did, by the way, as most people do in the case of Muslims - but we did not try to ‘understand’ his motives either; we did not say ‘this is not real conservatism’ or ‘this is the natural result of anomie and atomization’, and so on.

In other words, we did not cut him some slack because of his convictions. Why are we so reluctant to criticize religion, and here I say religion deliberately since the issue is not only Islam? Why has Charlie Hebdo been sued 13 times by Catholic organizations and only once by a Muslim one (until 2011)?[3]

You may of course retort by pointing, again, to the subordinate status of Muslims, their systemic inequalities which render them voiceless, etc. But as I have noted above, Muslims are not a minority everywhere. And in fact, thefatwa to kill Salman Rushdie was issued by the leader of a powerful state, an Islamic republic indeed, not some esoteric imam in a remote French village. Was it so difficult for an oil rich regime to hire the most expensive lawyers and sue Charlie Hebdo for example, irrespective of the outcomes of the process?

I am aware that these questions would make me ‘blasphemous’ in the eyes of a political correctness-loving (liberal) Left, but as ‘one of them’, I believe it is time to raise these questions, to engage in some soul-searching, rather than hiding behind the abstract principle of freedom of expression, which in this case should extend to my freedom to ask these questions as well. Am I wrong?

Spyros – Undoubtedly such questions have to be asked. I cannot but notice a problematic element in your discourse though: you (as most of us) attribute crimes such as the one we are discussing to a religion and, by extension, to the people associated with it, but you do not do so in the case of Breivik. In fact the courts recognised Breivik’s individual agency, his responsibility for acting on the basis of his own rationalization of the situation.

In the case of ‘Muslim’ perpetrators of violent acts, we tend to adopt a preference towards collective responsibility. By doing so, we also reify and homogenize Muslim cultures. We see in every Muslim an Ayatollah Khomeini or a jihadi – rarely do we recognise an Ahmed Merabet who understood Islam in a markedly different way from that of the Kouachi brothers.

Many Muslims tend to accept they are part of the European societies they live in often despite the obstacles to their integration on the grounds of their religion and provenance; others see in Islam a language of articulation of grievance and of protest and – I need to be clear here – by protest I am not referring to the heinous murders we are discussing. I would go even further: a not negligible minority of ‘Muslims’ (even secular ones) respond to their perceived marginalization and racialization by others, by mobilizing Islam as an ‘ethnic’ as well as a religious label. For many young Muslims I talk to, cartoons, pig heads in front of mosques, slanderous graffiti are seen as part and parcel of racist violence, not religious offence.

We tend to homogenize these diverse groups and diverse modes of interaction of Muslims with the broader societies they are part of and we tend to apply the principle of collective responsibility and punishment to them. This is clearly against any notion of égalité to mention the term flashing on our television screens these days.

Regarding the issue of freedom of expression, this is obviously a conceptual and practical minefield. Freedoms are not unlimited but who, when and how we can limit them is a question that we need to explore very carefully and sensitively. A lot has to do with acquiring a civic consciousness. Understanding where my freedom ends ultimately constitutes my responsibility – this is not a novel concept; it originates in traditions of liberalism that have been long established. Charlie Hebdo itself had in the past accepted that unfettered freedom might cause harm when its previous editor, Philippe Val, asked cartoonist Sine to issue a public apology, and when that failed, sacked him, when in 2008 he faced charges of ‘inciting racial hatred’ for a column he wrote in the magazine regarding president Sarkozy’s son’s wedding to a Jewish heiress.

We definitely need better civic education that ensures we do not discriminate against some citizens and we definitely need to develop ‘institutions of hearing’ as Alberto Melucci suggested, institutions where vulnerable, minoritized citizens can articulate voice and feel included and empowered.

What we need most is the revitalization of our political cultures, not new enforcement institutions – our justice system should be able to protect the dual values of freedom and coexistence. This is a debate we need to have but the current binary logic bundles together our achievements and excesses in the face of Islamic fundamentalism and has the danger of further minoritizing our Muslim fellow citizens.
Umut – First, to correct a misunderstanding, I was not attributing crimes to religion (or to a collectivity), but problematizing, in a deliberately provocative way, the lack of criticism on the part of liberals or the Left of religion, or any form of communitarianism for fear of falling into the trap of political incorrectness. But let’s leave this for now. I am more interested to know your views on the future. Where do we go from here? There is the issue of surveillance which will probably come to the forefront of public debate again. Then there is the issue of struggle against anti-racism, discrimination and bigotry, of all hues, minority or majority…


Spyros – Our societies are societies of surveillance and the issue of Islamic fundamentalism has played a central role in creating this type of Panopticon society where specific segments of the population are treated with suspicion and are subjected to constant scrutiny. I cannot argue that surveillance is redundant, although I am very uncomfortable with the idea – both Islamist terrorism and the Oslo-Utøya massacres indicate that this is impractical.
Islamic fundamentalist violence (in fact, any type of violence) cannot be eradicated but it can become a non-option for the majority of the population if we provide opportunities for voice and hearing. I think that part of the solution is better understanding of ‘the standpoint of the collective other’ as Iris Marion Young has put it. We need to build, all of us together, more spaces for interaction and inclusion between relative strangers as this is what we have sadly become.

It is important to note that contrary to the views of the extreme right and those in its sphere of influence, adaptation is not capitulation. Democracies cannot be based on reified notions of the national interest – we have a long tradition of adaptation and flexibility that has culminated in the incorporation of the working class, women and other ‘minorities’ into the European body politic. We just need to find ways to rejuvenate these capacities.

As for the struggle against racism, I think we are at a crucial juncture. We are facing a multiple crisis. As you have pointed out earlier, our faltering economies, the aggressiveness of Muslim militant fundamentalism – these are seen as the major facts that have lured European electorates to political parties that unashamedly revive some of the worst facets of our totalitarian past. We perceive this crisis as an economic one, or a (Muslim) immigration and a security one. But, more importantly, this is a crisis of democratic deficit, the product of our inability to live with each other and to respect each other. The attack on Charlie Hebdo, the arsons against mosques in many European countries, the Pegida rallies, the rise of the spectre of Nazism in Europe tell me this is the moment we need activism, we need to regain lost audiences and to reconnect with those who are becoming more and more marginalized. It is a moral, political and practical imperative.
Umut – I am not as optimistic as you are. For one, and I apologize for bringing this up again, I started to have serious doubts as to the willingness of Muslim populations, where they constitute a majority, to listen to ‘the standpoint of the collective other’. Maybe my experience of activism in and on Turkey is clouding my judgement here, but I am concerned with the ‘democracy deficit’ in Muslim majority countries as well. It is as if there is tacit collusion between right wing regimes, radical or mainstream, Muslim or non-Muslim, everywhere when it comes to basic rights and freedoms. A vicious circle of racism, Islamophobia and fundamentalism, intermeshed, feeding each other into a spree of violence, physical or symbolic. Yes, there is a moral and political imperative to fight against the forces which represent the worst of humanity. But on a more practical level, our task has never been harder.

This reminds me of Bergman again. In one of his rare interviews, he talks about his personal demons which he claims are behind his most famous films. The trick, he says, is to create some beauty out of the ugliness, and adds: ‘Lilies often grow out of carcasses’ arseholes’. This may be a fitting image of our struggle, don’t you think?


[1] http://www.nytimes.com/2015/01/09/opinion/david-brooks-i-am-not-charlie-hebdo.html; http://www.slate.com/articles/news_and_politics/politics/2015/01/charlie_hebdo_the_french_satirical_magazine_is_heroic_it_is_also_racist.html.